Een hond op vrijersvoeten in een voor hem bekend gebied raakt zelden in paniek. Is de hond klaar met zijn zoekopdracht, dan meldt hij zich vanzelf weer. Want goedbedoelde meeneemacties van aardige mensen brengen vaak onrust voor baas en hond met zich mee, plus onnodige kosten voor asielopvang. Zou de hond in een drukbereden stedelijk gebied loslopen, gedesoriënteerd of gewond zijn, dan is het inderdaad veiliger om de hond aan te lijnen. Nu vinden hond en baas elkaar wel weer.
Skip en ik komen regelmatig in het wild rondrennende reutjes zonder baas tegen. Dronken van verliefdheid en met de neus op de grond. Gisteren was het een Cocker Spaniël die een geurspoor volgde. Voor hem telde slechts een ding: het teefje vinden dat bij het afrodisiacum hoort. Een andere hondeneigenaar probeerde de hond te vangen om hem bij het politiebureau af te leveren. Omdat de hond onloochenbaar hartstikke smoor was, er geen tekenen van blinde paniek waren, het terrein scheen te kennen, zich bijwijlen naar de parkeerplaats begaf waar de auto van zijn baas moest staan, wist ik bijna zeker dat de baas nog ergens in het bos moest rondlopen. Wij zouden de hond wel in de gaten houden.
Nadat Skip en ik ons rondje erop hadden
zitten, hoorden we een indringende fluittoon. De hond die de hele reutemeteut
van snuffelen, inspecteren en vlaggetje planten had doorlopen, was ineens met
zijn gedachten weer op aarde beland. Hij snelde blij naar zijn baas die hem met
een bak water trouw bij de auto opwachtte. Klaar om te luisteren naar amoureuze
verhalen.
uit de bundel: Kluifjes door Cela den Biesen (2012)