Het is internationale Beverdag. Over de
hele wereld worden de dammenbouwertjes met het koddige koppie dan geëerd. Skip
en ik ontmoetten deze morgen onze eerste bever. We komen trouwens de laatste
tijd opvallend vaak wilde dieren tegen die je niet in stedelijk gebied zou
verwachten, maar dat terzijde. Genieten! Windkracht 7. Door de snijdende
kou vriezen mijn handen bijna aan de camera vast. De vistrap verderop is
regelmatig verstopt door een stapel afgeknaagde stammetjes, het werk van bezige
beverbeestjes die we nooit zagen. Tot vandaag dus. In een overloopgebied van de
Maas beitelt een plompe bever aan een wilgenstammetje. Dat shot wil ik per se
hebben. Skip wacht boven op de dijk. Het radde knaagdiertje met de zwemvliezen
tussen zijn tenen is me helaas te rap af. Voordat ik de camera ingesteld
heb, is het stammetje al geveld en is de bever in het water verdwenen. Skip mag
speuren naar achtergebleven sporen castoreum of bevergeil*. Hij heeft er zin
in.
*Castoreum, het uitscheidingsproduct
van bevers kreeg een absurde naam. Heel wat bevers hebben vanwege de naam
bevergeil het loodje moet leggen. Bevers hebben een klier tussen
de anus en geslachtsorganen waarin een donkerbruine harsachtige
substantie met een kenmerkende dierlijke zoete geur en een bittere sterke smaak
(vergelijkbaar met muskus) wordt gevormd. Dit goedje gebruiken ze voor het
invetten van hun vacht. Castoreum werd vroeger veel gebruikt
in parfums, vanwege de hoge prijs is dit tegenwoordig
ongebruikelijk. Castoreum wordt wel nog in alternatieve medicijnen
gebruikt om zijn vermeende eigenschappen als afrodisiacum. In castoreum
zit ook salicylzuur, een onderdeel van aspirine, dat de bever
binnenkrijgt door de consumptie van wilgenschors.
uit de dikke pil: Skipkluifjes