uit de serie losse flodders
Onze IJslandse Hond Katur viel een beetje de voorgeschreven rasstandaard
uitgevallen. De weinige keren dat we een tentoonstelling bezochten was het
nodig om met de schofthoogte te smokkelen. Tijdens onze dagelijkse wandelingen
ontstonden door zijn forse voorkomen weleens schermutselingen met tegenliggers. De officiële reden die
we naar buiten brachten was: jaloezie. Katur was aantrekkelijke hond. Het kon
niet anders als dat andere honden afgunstig waren.
De feitelijke oorzaak waardoor ruzie ontstond was dat Katur net te groot
was voor een middenslag hond, en te klein voor een groot formaat. XL-exemplaren
twijfelden of ze hem de baas konden. Een krachtmeting moest dat uitwijzen.
Katur ging trouwens nooit op onbekende reuen af, maar vielen ze hem lastig dan
was hij niet te beroerd om een robbertje te vechten.
Zo is het met opvolger Skip prettiger wandelen. Hij is echt een
allemansvriendje en kan met iedereen goed opschieten. Er is maar één hond die
hij niet kan velen. Zij woont helaas aan het einde van onze straat. Het
is de achterbakse teef die ooit heel geniepig in Katur heeft gehapt. Skip
gaat er vreselijk tegen te keer. Ik vermoed dat hij blaft uit angst. Terecht
want ook hij is een potentieel slachtoffer.
Het onvermijdelijke gebeurde. De eigenaren van de teef waren op vakantie.
Hun Chow Chow lieten ze achter bij de buren die haar zouden verzorgen en
uitlaten. ’s Avonds laat wilde de buurvrouw nog een blokje om met de hond.
Terwijl zij nietsvermoedend de voordeur afsloot, trok de hond zich onverwacht
los van de riem. De teef had al lang in de gaten dat Skip aan de overkant van
de straat liep en zag haar kans schoon. Ze greep hem meteen vast. Dankzij de
adequate reactie van W. beperkte de verwonding van Skip zich tot een gat ter
grootte van een stuiver. De beet werd verzorgd en de genezing verliep
voorspoedig. Skip had wel pech dat hij een week lang niet het water in mocht
vanwege infectiegevaar.
De oppas kwam de volgende ochtend vragen hoe het met Skip ging en of er
kosten waren. We waardeerden de belangstelling, maar we wilden er geen drama
van maken. De eigenaren zijn sympathieke mensen en er was geen sprake van
blijvende schade behalve het gekrenkte ego van Skip. Enkele weken later, op een
veel te vroege morgen, laat ik Skip zonder goed op te letten, op de automatische
piloot, los bij het hondenveld. Uiteraard net als de bewuste teef daar is. Nog
een mazzel dat zij wel aangelijnd was.
Skip vliegt er als een dolleman op af. Ik vrees het ergste: hij gaat
revanche nemen. Skip blijft echter op twee meter afstand van zijn vijand staan
en bedient de hond blaffend en snauwend van repliek. Zijn goedmoedige aard
verbiedt hem om te vechten, maar hij wil duidelijk gezegd hebben dat hij
geen watje is. Na dit incident had ik gehoopt dat ze quitte staan, dat
de kwestie hiermee afgehandeld was. De situatie verslechterde zelfs en ze
kunnen elkaar niet meer luchten of zien.
Wanneer de teef (of een van haar familieleden!) voor onze voordeur
verschijnt, mokt Skip net zolang tot ze om de hoek van de straat verdwenen
zijn. Zelfs de luid spelende radio biedt geen soelaas. Ondanks dat hij haar
niet kan zien, weet hij gewoon dat ze in de buurt is. Het is of een sterke of
Skip heeft een zeer gevoelig reukorgaan. Wij vinden het best overdreven, maar
voor beide honden is het glashelder: this
town ain’t big enough for the both of us!
De geschiedenis
kreeg tweemaal een onverwacht staartje. We waren koud op de parkeerplaats
gearriveerd. Op het terrein liepen allerlei opgetogen soortgenoten los,
waaronder een zwarte Chow Chow met de filmsterachtige naam Bibi. Skip keek ons
verbolgen aan. Dachten we hem nou écht voor de gek te kunnen houden door zijn
gezworen vijand een kleurspoeling te geven en tussen soortgenoten weg te
stoppen? Heus, meenden we nou werkelijk dat hem dat vroeg of laat niet zou zijn
opgevallen?
Skip stuift met een
sneltreinvaart op de look-a-like af. Zijn nekharen rechtovereind en klaar voor
een heftige scheldpartij. Pas dan bemerkt hij dat het warempel wel degelijk een
andere hond is. Skip probeert zijn gezicht niet te redden en laat een
glunderende lach op zijn snoet zien door zelfs zijn bovenlippen om te krullen.
Ideaal dat Skip zo’n onwijs gevoel voor humor heeft. We lagen in een deuk.
We schrijven dezelfde
periode, ongeveer drie jaar later. Op een duffe morgen gaan we de hoek om. Het
flatgebouw ontneemt alle zicht. In de bocht de loslopende Chow en een suffende
baas. Wat kan er gebeuren in luttele seconden, denk je. De teef bedenkt zich
geen seconde om van de gelegenheid gebruik te maken. Voordat Skip het
registreert en ik de baas kan waarschuwen, slaat de hond toe en hapt Skip in
zijn achterste. Mijn voet trapt richting botte kop, de baas grijpt haar op tijd
weg. Sorry, eigen hond eerst! De baas heeft moeite om de bitch in bedwang te houden. Skip en ik maken ons uit de voeten,
voordat de hond zich uit de houtgreep wurmt.
Later zal blijken dat er
geen blijvende schade is, maar toch: een beurse bips, een snee in zijn anus en
een tegenbeet in zijn staart zijn het resultaat van de onverhoedse aanval. Skip
gedraagt zich de resterende dag timide en wil niet zitten. Ik stop een luchtig
briefje in de bus, waarin ik laat weten dat het gebit van hun hond nog dik in
orde is en of ze voorgoed willen beseffen dat hun hond geen allemansvriendje is
en aan de lijn hoort. Ze blijven vriendelijke groeten, maar geven geen reactie
op de onhebbelijke gebeurtenis.
uit de dikke pil: Skipkluifjes