woensdag 27 juli 2022

BEZORGER

pakketbezorger, afleveren bij de buren

Dingdong. Door het canale glas onderscheid ik vaag het silhouet van een persoon met een doos onder zijn arm. Skip die eerder bij de voordeur is dan ik, wurmt zijn kopje bij het openmaken tussen mij en de muur. Zijn poten blijven vóór de drempel steken. De pakketbezorger - gedrongen postuur in opengeritst jack - deinst achteruit. ‘Wow, kan die hond achter slot en grendel, ik ben bang voor honden’, paniekt de pakketbezorger in prima Nederlands met zwaar buitenlands accent. ‘Zolang u niet binnenkomt, én op gepaste afstand van mij blijft, hebt u niets te vrezen’, rechtvaardig ik Skips positie. 

Tegelijkertijd pers ik Skip die razend nieuwsgierig is wat er in de doos zit, de gang in. Ik teken voor ontvangst. ‘Ik heb het een en ander meegemaakt, daarom’, verdedigt de pakketbezorger zich onnodig. Wil hij hiermee aangeven dat ik zou concluderen dat de lichtgetinte bezorger vanwege zijn geloof niet met honden in aanraking mag komen? Ik bedank hem met een glimlach voor de levering. Het pakje is voor de buren. Sneu voor de verwachtingsvolle Skip. Generaliseren: we maken ons er onbewust allemaal weleens schuldig aan.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

dinsdag 26 juli 2022

PERSONEEL

 babydekentje

Het was op een warme oktoberdag met een knijpzonnetje. We zaten met visite buiten. Skip die in de schaduw - waar het voor ons minder aangenaam zou zijn - op een buffelbot kauwde, stond op en liep naar binnen. Vrolijk wapperend troonde hij bij het naar buiten komen zijn babydekentje mee. Of het de gewoonste zaak van de wereld was dat een hond zijn eigen spullen gaat halen in plaats van zijn personeel in te schakelen. Hij schoof er op de plaats van bestemming met zijn poten mee tot het lag hoe het liggen moest. Tevreden plofte hij zich neer. Bij die ene keer is het trouwens niet gebleven. Regelmatig zien we hem met zijn lievelingsdekentje sjouwen om het precies op die plek te deponeren waar hij het nodig vindt. Het personeel (wij) kan vervroegd met pensioen.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

TALUD

 muizensprong

Het talud speelde een hoofdrol. Via het zebrapad, het plantsoen, de singel en het talud, moeten we in de uiterwaarden waar Skip het liefst muist, belanden. Skip moest nodig. Het dilemma: poep ik in het openbaar groen waar het vrouwtje de hoop opruimt, hetgeen een omweg naar de afvalbak betekent, of … houd ik vol en knijp ik af tot ik in het weiland ben afgezakt. Het was geen weloverwogen keuze van Skip om een grote boodschap als  achter te laten op de dijk. Door een muizensprong floepte de keutel er spontaan uit. Skip staarde het omlaag rollende drolletje dat eerder op de plek van bestemming was dan hij, wezenloos na. Skip werd afgeleid door geritsel in het knisterende berijpte gras. Oponthoud tegen de met muizengaatjes geperforeerde helling. Drie door de kou traag bewegende muizen verhuisden naar Skips warme en nu weer gevulde buik. Buitendijks zijn we niet meer geweest.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

maandag 25 juli 2022

FIT MET FIKS

 kenzo, minja, skip

Het hebben van een hond is om meerdere redenen gezond. Je bloeddruk daalt, je haalt vaker een frisse neus en als het goed is tippel je heel wat kilometers samen. Dat moet dan wel minimaal een half uur stevig doorstappen zijn, want met slenteren bouw je geen conditie op. Brisk walking is geen topprestatie leveren, maar wel je zodanig inspannen dat je ademhaling sneller gaat; je kunt nog wel blijven praten.

Het is een weekend om buiten van de zonneschijn te genieten. Een mikado van scherpe witte pennenstreken, grijze veerwolken als borstelige wenkbrauwen en parelmoeren wolken tegen hemels blauw. Beuken in mosterdtinten en kale wilgen met spreeuwen als notenbalken. Ik vertel mijn Noorse fiks dat we de route ‘oude brug naar de stuw’ nemen. Een flink eind. Dat houdt in dat er geen gegraaf of ander oponthoud onderweg gaat plaatsvinden. Behalve Kenzo en Minja die beiden in de lappenmand horen en kort de poten mogen strekken, komen we bij het klooster een gepensioneerde non tegen. Genadig licht egaliseert haar bleke gerimpelde appeltjeshuid. Met duchtig doorstomen komen we gelijk aan met de baas in de Yeti op het afgesproken pik-op-punt.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

WILDVREEMD

 hertenkamp

De baas moest bestellingen uitleveringen en Skip mocht mee. Ze (her)ontdekten bij elk adres iets nieuws. Een Amerikaans aandoend park - een halfpipe skatebaan nokvol herfstbladeren - met houten brug. Een hertenkamp op een voormalige vuilstort mét herten die gewend zijn om bekeken te worden. Volgens Skip waren het elanden. Ze leken helemaal niet op de reetjes in het hondenbos. Om het omheinde hertenkamp lag een sluis met tralies zoals je bij luchtplaatsen in gevangenissen ziet. Geen idee waar dat voor diende of gediend had, maar Skip kon er daarom los. Ze eindigden via een flauwe bocht bij een voormalige grindafgraving waar we vaker zijn geweest. Alleen namen we niet de dichtstbijzijnde ingang, maar reden we daar best een end voor om. Nieuwe wegen inslaan. Ook honden vinden dat machtig mooi.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

SNERTWEER

 erwtensoep, hoogvlakte

Buiten de bebouwde kom op een hoogvlakte. Het is waterkoud. Tussen het kreupelhout hapt een groezelige grijsaard op een omgevallen stam in beduimelde boterhammen. Hij roept iets onverstaanbaars. We groeten terug, dat lijkt ons aannemelijk. Noorse Skip, helemaal in zijn element met dit snertweer (ik leg nu pas het verband met erwtensoep) vliegt van hot naar her.

Wij stappen stevig door om warm te blijven. Na menige op en af draai ik om. Skip die ons slalommend op de voet volgde, is uit het zicht. Nogal wiedes. Skip is vast aangeschoven voor een late lunch. De boterhammenman is weg. De schrik slaat me om het hart. Ik brul: ‘Skippy’ en niet Skip. Skip weet dat Skippy de responsoproep is.

Zand dat bovenop de berg wordt gesmeten door hardwerkende achterpoten van Skip die tegen een steile helling graaft. Door de schuinte hoeft zijn kont niet in de lucht. Gevecht tegen de zwaartekracht. Geregeld glijdt hij naar benee, kukelt om, of laat zich foppen door opgerakelde kiezels die omlaag rollen. Om je te bescheuren. Taaie wortels worden aan flarden gereten. De baas daalt af om foto’s te maken. De jonge aanplant waaraan hij zich vast wilde grijpen, blijkt een losse tak die nu kapseist. Skip houdt het voor gezien, linke boel hier, en klimt vóór de baas omhoog.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

zaterdag 23 juli 2022

KAASJE

 pluche dieren

Skip speelt graag (semi)nuttige spelletjes. Vooral die waarbij lekkers te verdienen valt. Zo deden we een tijdlang rondslingerende beesten apporteren en later een gradatie hoger: op naam. Beestje, big, bontje, coyote, duck, Flip de hulphond, egel, fazantepup, haas, inktvis, kangoeroe, kip zonder kop, marter, mol, muis, paard, pieppaard, rat, Stinky, wasbeer en wezel, bracht hij rap en foutloos voor. Knap vond ik dat hij verbanden ging leggen tussen de pluche dieren, hun naam en de levende dieren. Daarna was de uitdaging was eraf. We breidden uit naar speelgoed, tuingereedschap en woonaccessoires. In mum van tijd waren die net zo goed een kippetje. Voor de ingewikkeldere variant - verstopte voorwerpen op naam aanleveren - peuterde hij een dubbel aantal brokjes los.

In het opendeurseizoen raakten de apporteersessies in de vergetelheid. Het buiten zijn vroeg om een eigen invulling. Ik liet de repetities achterwege. Een hond hoeft niet altijd te werken voor de kost. Nu de herfst zijn intrede heeft gedaan, de tuindeur in het slot blijft, en de verveling toeslaat, duwde Skip me zonder aanleiding coyote in de schoot. Ik pakte de brokkenpot, verdeelde de beestenbende door de kamer en schalde: ‘aaapporte paard.’ Hij bracht (met opzet) duck. Ik meld Skip dat we weer moeten gaan oefenen. Da’s kaasje!

uit de bundel Bezige Bu (2015)

NIPPLEGATE

 tepelhond

Wie herinnert zich nog het nipplegate-schandaal met Janet Jackson? Intussen kijken we nergens meer van op en zijn er, ondanks dat, beroemde navolgers bijgekomen. In een verborgen groen pareltje troffen we een zwarte Labrador die zich schaamteloos in dit rijtje kan voegen. De Labrador heeft namelijk tepels op de ruggengraat. Fier steken ze tussen de vacht omhoog. Is de Tepelhond een speling der natuur - wie heeft hier op de knopjes gedrukt? - of bestaan er waarachtig honden met afstandsbediening?

uit de bundel Bezige Bu (2015)

WC

 page puppy

Page puppy

Het dreint zachtjes. In het stadsplantsoen doet Skip zijn behoefte naast het hondenpad. Ik raap het op en werp het gevulde zakje als een volleerd basketballer in de afvalbak. Een doorsnee man, ik schat hem dik in de vijftig, wacht op zijn curly coated wheaten terriër die hurkend het trottoir als openbaar toilet gebruikt. Onder de arm klemt een voordeelpak Page closetpapier. Als de hond heeft gekakt, trekt de man hem schielijk mee. Fronsmateriaal. Ik vraag beleefd waarom hij de bolus niet opruimt. De man: ‘Ik heb niets bij me.’

uit de bundel Bezige Bu (2015)

vrijdag 22 juli 2022

BLINDENGELEIDEHOND

 bril

De pootjes van mijn computerbril zijn uitgelodderd. Twee uur voor sluitingstijd en het is al schemerig. Op naar de opticien om de boel strak te laten trekken. Skip heeft geen boodschap aan shoppen in de binnenstad. Ik zal op de solotoer moeten. Kortzichtig van ‘m, want het is onverantwoord om mij alleen op pad te laten gaan.

Aangeraakt worden door de tijd is lastig. Grijze haren krijg je ervan en steeds slechtere ogen. Voor het eerste helpt een likje verf, het tweede is onomkeerbaar en het blijft behelpen. Daarom winkel ik zoveel mogelijk op internet, waarvoor één leesbril volstaat.

Ik rij met mijn velo richting centrum vergezeld van vier brillen: eentje voor veraf op mijn neus, eentje voor dichtbij bovenop mijn hoofd om prijskaartjes en labeltjes te kunnen lezen, een middenmoter aan een koordje om mijn hals om rond te neuzen in winkels (die ik tevens thuis gebruik voor het strijken en tijdens het kokkerellen), én de computerbril in een doosje in mijn jaszak.

Het treft dat de brillenzaak op de kop van de koopgoot zit. Het was er tjokvol met klandizie. Ik keek wat rond. Tijdens het bril verwisselen, moeten de ogen steeds wennen aan de diverse sterktes. Zo kon het gebeuren dat het me duizelde, ik de aangeboden stoel misgreep, achterover viel en tussen een van de detectiepoortjes belandde. De geschrokken verkoopster schoot te hulp, ik schoot in de lach. Bijkomend voordeel: ik werd meteen geholpen. Thuis zag ik pas dat ik een van mijn brillen daar had laten liggen. Er zat niets anders op dan terug te gaan. Dit keer voor de veiligheid met mijn blindengeleidehond.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

VELDWACHTER

 kletspraatjes

Een dag die begon met mist en afsloot met een warmterecord. Het is 22 graden boven nul. Skip muist in het veld. Ik wacht toegeeflijk. Het is muizen- en mollenmaand. Ik kan Skip voorwaarts delegeren, maar dan duikt hij in het eerstkomende muizengaatje. Een defilé van honden en eigenaars trekt langs. Kletspraatjes verkopen doodt de tijd. Een willekeurige wandelaar die me na een uur nog ziet staan, merkt op: ‘Als ooit het beroep van veldwachter weer in ere wordt hersteld, hoeven ze geen vacature te plaatsen. Jij bent de aangewezen kandidaat voor deze geduldige baan. Geen ouderwetse bromsnor, maar een uiterst tolerant wachtend vrouwspersoon in het veld.’ Haha, een geestige metafoor. Ik vind het prima. Het is bepaald geen straf om met dit zonnetje te moeten wachten. Bovendien gun ik het mijn lieverd.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

donderdag 21 juli 2022

GERED

 gemberkat, ginger, jaap

Gemberkleurige Jaap houdt het trottoir bezet. De kater in het kwadraat blokkeert de doorgang van het seniorencomplex waar opa resideert. Zijn begroeting bestaat doorgaans uit het strijken van zijn staart langs mijn been, een vragend miauw of hij mee naar binnen kan, of rollen op de plak voor de ingang. Nu verzet hij geen poot, wel maakt zijn schouderpartij slagzij. Skip staat namelijk tussen het object van zijn verlangen en hem in: een muis onder de heg. Wij willen naar opa, Skip (die geen sjoege van de muis heeft) wil eerst naar Jaap, Jaap wil naar muis. Door alle consternatie zwijnt de muis. Hij trippelt met bolle rug, zo nietig mogelijk, tussen alle benen en poten door. Voor de afwisseling heeft Skip eens een muis gered.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

woensdag 20 juli 2022

ALLERHEILIGEN

 stoep, allerheiligen

Ik heb net mijn eigen stoepje schoongeveegd. Die van de wederzijdse buurtjes gingen in een moeite mee. Skip ligt vooraan in de gang op wacht. Een gepimpte VW golf met buitenlands kenteken wordt voor onze deur geparkeerd. Dat mag (helaas); onze straat is de eerste vanaf het stadscentrum met - nog wel - gratis parkeren. Op Allerheiligen is er elk jaar een Duitse invasie. Ik groet de passagier die uit de zwarte auto voorzien van toeters en bellen, stapt. De met goud behangen jongeman knikt omdat hij zich gedwongen voelt. Skip kwispelt hevig: leuk! bezoek! Ze komen niet voor ons, maar om te shoppen.

Zijn chickie blijft achter het getinte glas zitten. Ik maak eruit op dat ze een afkeer voor honden heeft. ‘U kunt gerust uitstappen, mijn hond gaat niet voorbij de dorpel’, laat ik weten. Daar heeft ze geen boodschap. Het autoraampje kiert open. Gebiedend gebarend en in een onverstaanbare taal maakt ze mij duidelijk dat ik de hond achter slot en grendel moet zetten.

Ik ben de beroerdste niet, maar op die manier voel ik me daartoe niet geroepen. Bovendien ligt Skip binnenshuis. Het toeval wil echter dat ik buiten klaar was. Ik had dolgraag de vervolgstap geweten: de dienst blijven uitmaken, volharden in wachten, of wegrijden.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

dinsdag 19 juli 2022

SPITSUUR

 brommer, kraai, pad,

Skip graaft onder aan de schuining van de dijk. Hij is geconcentreerd bezig. Andere honden blijven onopgemerkt. Toch kijkt hij op als er gefietsbeld wordt of als een langs scherende brommer te lawaaiig is. Gepokt en gemazeld kan ik onderscheid maken tussen de graafmethodes naar mol, muis of konijn. Vandaag staat dubbel muis op het menu. Dat is een beetje mijn schuld, vrees ik. Om een frontale foto te maken, moet ik voor Skip gaan staan. Mijn voetstappen bewegen twee muizen naar buiten. Het voorgerecht rent in de opengesperde muil van Skip, het nagerecht houdt Skip met zijn rechtervoorpoot tegen. Waar Skip totaal geen weet van heeft, is dat hij met zijn gespierde achterpoten een uit de klei gekropen pad plet.

Een rubberachtig amfibie met bungelende billen waaruit van alles gulpt dat binnenin behoort, is allesbehalve een prettig gezicht. Ik zal hem uit zijn lijden moet verlossen. Ondanks dat ik hem zo pijn bespaar, vind ik het moeilijk. Ik loop een forse wandelaar tegemoet voor hulp. Een krasse kraai ontslaat hem en mij van een moeilijke stap.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

ZENDINGSDRANG

 omgevallen boom

Op de parkeerplaats bewonderden we de pup van kersverse hondenouders. We quatschsten wat. Skip en pup huppelden rond. De vrouw keek op haar horloge: ‘Oeps, de tijd is om. Jammer we hadden nog wat willen wandelen.’ ‘Ik dacht dat jullie tegelijk met ons aankwamen’, waren mijn woorden. ‘Dat klopt’, zei de vrouw, ‘maar een pup mag maar vijf minuten wandelen volgens de boeken.’ Ze laadden de pup weer in de auto en reden weg. Ons verbouwereerd achterlatend. Zendingsdrang kriebelde en kreeg niet de kans.

Voor de visvijver stond een jongeman in een grijze jekker met een werpstok in zijn handen. Van bovenaf de berg stortte zijn jonge Duitse Herder met de bal in zijn bek naar beneden. Dat spelletje speelden ze een kwartier later nog, zagen we vanaf de bovenkant. Het is navrant dat de eigenaar onbekend is met de fatale combinatie jonge grote hond/werpstok/heupdysplasie. Zendingsdrang borrelde onderhuids. Hij leek me geen persoon waar je mee van gedachten kon wisselen.

Skip groef langs de oever, ik leunde tegen de omgevallen boomstam ernaast. Een guitige kruising Labrador/Stafford/Whippet van een half jaar schoot Skip ongevraagd te hulp. The jumpy dog met een half zwarte half witte kop luisterde perfect naar zijn bazinnetje toen ze hem maande: ‘Hé, waar zijn je manieren! Eerst vragen of je mee mag helpen.’ Hij stopte, ging zitten en keek Skip met een schattig schuin koppie vragend aan. Die vond het meer dan oké: met twee graven gaat dubbel zo diep. Nadat ze hun neus in China hadden laten zien, liepen we samen een eind op. Wat gaan hond en eigenaresse naturel en speels met elkaar om. Zendingsdrang is hier totaal overbodig.

overbodig

uit de bundel Bezige Bu (2015)

maandag 18 juli 2022

MÖVENPICK

 meeuwen vallen aan

Wij gaan niet ver. Skip strandt over de dijk meteen op de nu eentonige vlakte. Het is Oktober Mollenmaand. Terwijl Skip hoopvol graaft, volg ik de vogeltrek aan een klassiek vliegenblauwe lucht. Opgewonden gekakel in alle toonaarden. Voor de vogels is het een reünie. Conversaties gaan over: waar ben jij geweest, hoelang, hoe was het daar, zijn er nog meer, waar ga je nu naar toe, en sluit je bij ons aan.

De vangst is nul. Geen mollen, dus ook geen kruisen op Skips conto. We koersen naar het water waar hij het zand van zijn poten en uit zijn bek kan spoelen. Vijf krijsende meeuwen vallen ons in een duizelingwekkend tempo aan. Eentje pikt er in mijn schedel. MÖVENPICK! Wat maakt hen zo van streek? Als het er slechts één was geweest, had ik ‘m nog voor verziend kunnen verslijten. Hebben ze trek en zijn ze boos dat ik ze niet voer? Skip blaft ze weg en ik weer ze van ons af met een lange zwaaiende tak. Skip moet er meermaals achteraan. Hij volhardt totdat ze eindelijk wijken. Mijn held!

uit de bundel Bezige Bu (2015)

vrijdag 15 juli 2022

INRUILWAARDE

 geldig argument

Langs een paar blootliggende hectare begint de oevervegetatie die voornamelijk bestaat uit een langgerekt bramengebergte. Skip schiet een olifantenpaadje in dat leidt naar het water. Wij interpreteren dat als ‘hij gaat even wat drinken’. Het is bovengemiddeld warm voor oktober. Omdat hij niet meteen terugkomt, gaan we ervan uit dat hij is doorgelopen. Dat doet de struiner geregeld. Ik roep zoals zo vaak: ‘Loop maar evenwijdig mee.’ We blijven fluiten, zodat Skip ons kan lokaliseren. Bij de inham waar we ons dan zouden moeten treffen, komt Skip niet opdagen. W. neemt het afgelegde traject en ik loop de benedenroute om Skip te zoeken. We krijgen het er nog warmer door.

Aan de waterkant in het verlengde van het olifantenpaadje voert een flikflooiend paartje elkaar … en Skip. Een romantisch plaatje tijdens een hete herfst. Onze hond was helemaal niet zijn dorst gaan lessen, maar had zichzelf uitgenodigd op de picknick. Genoeglijk zat hij tussen het stel begintwintigers in. Skip die vreemden argwaant, had zich laten inpalmen door huzarensalade, koude kip en stokbrood. Onze lage inruilwaarde was moeilijk te verkroppen: ingewisseld worden voor een koud buffet. Skip had vier smoesjes klaar: door de harde wind had hij ons niet gehoord, de hapjes waren nog niet op, met volle mond blaffen is niet netjes, en de jongen had hem met een streng die hij aan de halsband had geknoopt vast. Alleen dat laatste was voor ons een geldig argument.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

MAG HET LICHT AAN?

 hondenlach

Het nazomert. We maken een van de laatste avondwandelingen over de paarse heide voordat de duisternis het weer maanden overneemt. De zon haalt nog een keer alles uit de kast. Een T-shirt volstaat. Toch zijn er boodschappers die verkondigen dat de herfst popelt om in te vallen. Voorheen raspende sprinkhanen gaan overbruggen als ei, spreeuwenballetten, groenjuwelen in veranderende tonaliteit, bessen en rozenbottels leveren energie voor de vos, met eikels slepende eekhoorns.

Skip werkt ook aan het opbouwen van een vetreserve. Hij stofzuigt elke konijnenkeutel op. Voor de grap: ‘Kan het met een beetje beleid, Skip? Wel zo fatsoenlijk als je wat voor andere liefhebbers overlaat.’ Skip gaat inhalig door en dwaalt met zijn snuit omlaag, af. In het halfduister roepen we naar hem. Skip ziet ons niet staan. We bewegen onze armen als een T in de lucht; een hond ziet bewegende dingen beter dan stilstaande. Skip kijkt zoekend rond, intussen plakken konijnendroppings tot zich nemend. Je ziet hem denken: Mag het licht aan? Goed idee, maar te laat. Voor vertrek hadden we inderdaad een zaklamp moeten inpakken om onszelf te verlichten. W. fluit schril. Hèhè, xieje. Enigszins opgelucht zet hij het op een drafje. Blij weer bij ons te zijn, lacht hij zijn voortanden bloot.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

donderdag 14 juli 2022

ROCK THE BOAT

 hond in de herfst

Tegenwind. Langs de oever laten kinderen een fleurige vlieger met twee slingerlinten op. Hij klimt hoger en hoger. We ritsen de jas tot aan de nek toe dicht. Herfst! De wind brengt alles in beweging. Een lege grijze afvalzak bolt op en danst over de weke kleilaag. Skip hangt schuin in de wind. Een op de klippen gelopen gammel vissersbootje dat de naam Marina draagt, trekt zijn en vervolgens onze aandacht. Door rücksichtsloze golven en de misschien matige stuurkunsten van de gelegenheidskapitein had het de kust geramd. W. schiet de shabby Duitse schipper die tot aan zijn bouwvakkerdecolleté in het koude onstuimige water staat, te hulp. 

Met vereende kracht - duwen, schommelen, een joekel van een stam als hefboom en Skip die ter aanmoediging blaft - trekken ze het groene stalen schuitje weer vlot. De schipper, een stoere man van weinig woorden, hijst zich kielekiele aan boord. Het bootje wordt weer speelbal van de woelige baren. Dan ronkt de buitenboordmotor. Wij wensen hem: ‘Gute Fahrt!’ De schipper maait met zijn logge armen. Het opgeluchte ‘dankjewel!’ in vet Duits accent vecht tegen de westenwind.

Skip stopt met blaffen. Wantrouwde hij de situatie of de man? Op het bovenpad rent wervelwind Speedy ons op zijn oude dag bijkans omver. Zijn witgesokte zwarte poten volgen Heidewachtel Snuf die heiß is. Ze voelt echt warm aan als we haar knuffelen. Haar bazin steekt van wal: ‘Het heeft niks met loopsheid te maken, Snuf komt gewoon vers uit haar mandje.’

uit de bundel Bezige Bu (2015)

woensdag 13 juli 2022

KLANDIZIE

 klandizie

Een warme eerste oktoberdag. We komen speciaal naar hier om walnoten te rapen. Negen runderen hebben een cordon om die ene boom gelegd. Dan maar bergafwaarts het weiland in. Overdreven gesim en hoge geestdriftige kreten zijn de voorlopers van Indiase paria Candi die zich vreselijk aanstelt. Ze wil knuffels én koekjes. Op de achtergrond blaft haar 14-jarige Griekse stiefzus Tiga zich een ongeluk, omdat ze haar niet bij kan houden. Knuffels kan de ongeduldige Candi krijgen, het koekje bewaren we als Tiga en Skip zich bij haar hebben gevoegd.

Het aangeboden lekkertje wordt uit mijn hand gegrist. Ik heb concurrentie. De honden hebben Matisse en haar baas gespot. Mijn klanten gaan zonder pardon voor de Frolic™ - voor honden een soort übertraktatie. Pech. Alles was al uitgedeeld. De teruggekeerde honden proberen mij nog een koekje te ontfutselen. Fijntjes wijs ik ze op hun afvallige gedrag.

De honden begrijpen dat er niets meer te halen valt en zoeken de middenberm op. Candi maakt de blits met muizensprongen. Het blijft een leuk gezicht. Snuffelende Skip stelt vast dat het interessantdoenerij is. Als we bij het stalen bruggetje afscheid nemen, melden zich drie afnemers voor een vertrekpremie. Ik kan ze niet weerstaan.

over rooster en rand lopen

uit de bundel Bezige Bu (2015)

DE NIEUWE WILDERNIS

 op het erepodium

Skip op het erepodium van bedreigde diersoorten

We reden heel vroeg en ver om in een beschermd biotoop aparte dieren te bekijken. Een totale deceptie: zelfs geen mus kwam voor onze lens. In de natuurgebieden in de nabije omgeving - die subsidies ontvangen voor natuur- en landschapsbeheer laten aangeprezen zeldzaamheden zoals de zandhagedis zich nooit zien. En als ik vijf jaar oude foto’s vergelijk met nu, constateren we dat heideplanten zijn verdrongen door voornamelijk berken en de invasieve uitheemse vogelkers.

Tegenwoordig vinden we de fauna heel dichtbij: thuis. Onze stadstuin blijkt namelijk een toegankelijk reservaat voor vrijwillige bezoekers. Naast ordinaire huis-tuin-en-keukenbeestjes scharrelen egels in bladerhopen, strijken vlinders, ook zeldzame, hun vleugels in de zon, scheren vleermuizen rond ons huis, gebruiken marters een van de schuurtjes als speelhut, eet het vosje zijn buikje rond en danst hij, weliswaar achter draad, met Skip. De slechtvalk giert dat het een lieve lust is en de kerkuil oehoet gezellig mee. Een nooit eerder graag geziene gast is de schaarse Alpenwatersalamander. Wat is-tie fluwelig zacht.

Aan onze wildernis is niet speciaals, daar doen we niet aan, gewoon tuinieren met gezond verstand. Natuurbeheer wordt voorgeschoteld als intensief, complex en duur. Er rest slechts een conclusie: al dat bekijks moet voor Skip komen. In de ‘vrije’ natuur zijn honden (vaak) niet welkom. Bosdieren moeten wel naar de bebouwde kom komen, willen ze onze viervoeters bezichtigen. Noorse Buhund Skip is er sowieso eentje van een nog net niet uitgestorven ras. Wij zouden subsidie moeten krijgen!

uit de bundel Bezige Bu (2015)

maandag 11 juli 2022

HERFSTBOS

 wandelen met de hond

Het motregent. Ik had een treurige column gepland over een herfstig bos. Vincent Bijlo* was me voor. Hij schreef een ode aan de overgang met onovertrefbaar woordgebruik als ‘bomen wachten geduldig op de striptease van de herfst’, ‘de ringtones van de natuur’, en ‘elfen die op bankjes in de lach schieten’. Er miste één ding: de hond.

Skip en ik knepen een oogje dicht tussen het geboomte waar de herfst stiekem insluipt en zagen door de oren van Vincent. Een zoevende V zwanen, van blad af rollende dauwdruppels die in plassen petsen, getweet van muisjes in nat gras, mijn nylon mouwen die bij elke beweging hoorbaar tegen de jas schuren, nijvere eekhoorntjes die inzamelingsacties op de grond houden en Skip die het niet na kan laten ze achterna te gaan, een dwarrelend eikentakje dat vlak voor mij valt, vrolijke voetstapjes op kiezels. Ik open mijn kijkers en zie een Cocker Spanielpup, vers uit het nest. Just is de opvolger van baasjes die nog lang na de dood van hun vorige lieveling Joep zwoeren nooit meer een hond te nemen. Herfst. We hebben er zin in.

*Cabaretier/schrijver Vincent Bijlo schreef de column in PUUR NATUUR nr. 22

uit de bundel Bezige Bu (2015)

PLOFSKIP

 bankhangen

Ik blijf me verbazen over de veelheid aan houdingen van Skip tijdens het liggen. Geregeld maakt hij een inschattingsfout en ligt te dicht langs de muur, zijn nek als een zwanenhals achterovergeslagen. Hij heeft er geen problemen mee. Op het dikke hondenbed hangt zijn kop systematisch over de rand naar beneden terwijl het groot genoeg is om de hele hond te herbergen. Zou het bloed zo naar zijn hersenen zakken en zijn bewustzijn verruimen? Op de houten tuinvlonder neemt hij dezelfde positie aan, helemaal zen.

Sofasnurken doet hij opgerold als een vosje op de bank. Op het ruim bemeten hondenkussen speelvecht hij met de verwassen handdoek met rafels die er ligt om de hoes te beschermen tegen vuil. Bijeffect van dat gerommel is dat hij zich zo druk heeft gemaakt dat hij een tijdlang naast het kussen afkoelt en het slechts als oncomfortabele hoofdsteun gebruikt. Dromen doet hij op zijn rug. Als de onophoudelijke beeldenstroom verandert in een nachtmerrie, dan draait hij op zijn zij en rent met de poten in het luchtledige verder.

Een ander wapenfeit van Skip is de onhebbelijke gewoonte om tijdens onze gezamenlijke nachtrust het slaapritme te onderbreken. Tijdens het zomerse seizoen valt Skip om de zoveel tijd met een harde bons op de parketvloer. Plofskip ligt er niet wakker van, ik wel. Steeds als hij zijn verstikkende katoenen kussen verruilt voor de koude grond word ik wreed uit mijn slaap gerukt. De matjes die ik voor hem neerleg om het gebonk te voorkomen, worden alleen gebruikt om ernaast te liggen.

Vanmorgen ben ik heerlijk uitgeslapen. De ongenadige luchtstroom die als de vooravond van de herfst door het geopende kiepraam binnendringt, doet Plofskip eindelijk gebruikmaken van de pluche accommodatie die compleet op zijn behoefte is afgestemd. Van het donzen kussen stapt hij nu zo op het aangepaste pluche dat hem zacht doet belanden en het geluid dempt.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

zondag 10 juli 2022

GET BACK

 graven

Here Comes The Sun. We genieten van een milde nazomerse zondag én een gratis concert in eigen achtertuin: het Venlose Beatles Collectief doet het Get Back optreden dunnetjes over op de rooftop van de Nedinsco toren die een straat van die van ons verwijderd ligt. The Long And Winding Road. Skip die languit op het gras ligt, slaapt er dwars doorheen. Norwegian Wood. Burengerucht. Merels fladderen verschrikt op. Blackbird. De oostenwind waait verschrikkelijke gabberhouse van een verjaardagsfeestje eroverheen. Birthday.

Verstoord rekt Skip zich. Help! ‘Je hebt groot gelijk, jongen. We gaan een ommetje maken’, stem ik in. Come on. Dagjesmensen op elektrisch aangedreven fietsen glijden geruisloos over de dijk. Day Tripper. Gladde speedboten klieven het water als scheermessen. Ik hoor Yellow Submarine. Schapen grazen vredig voortschrijdend in de Oude Beemden. So How Come (Baa baa black sheep). Vijf eerstejaarsstudenten hebben meer oog voor het mooiste meisje van de klas. Ain’t She Sweet. Een viertandige dealer in een afgeleefde zwarte Mercedes met op de beschadigde achterbank een verveelde bruine pitbull, bevoorraadt de in de late middagzon luierende junks. Lucy In The Sky With Diamonds. Skip ondergraaft de bloeiende bijvoet. Fixing A Hole. Na kort op een aangespoelde jerrycan voorzien van een sticker met doodskop, de voorstelling in de wolken gevolgd te hebben, vind ik het genoeg voor de steeds harder hijgende hond. Let It be. ‘Kom, we gaan richting huis’, por ik Skip. Don’t Let Me Down. Wonderbaarlijk: geen hond kijkt omhoog naar de nok waar de muziek vandaan komt. Men verwacht niet dat het daar loos gaat. Come together. Ik ben de enige voorbijganger die meetapt op de overbekende nummers. Twist And Shout. Thuis doen we de deur noodgedwongen dicht door de herrie. Because. Cultuurbarbaren zijn het!

get back

uit de bundel Bezige Bu (2015)

zaterdag 9 juli 2022

SLACHTOFFERHULP

 

In een niet nader te noemen stadsdeel is je hond uitlaten voor een fatsoenlijk burger met brave hond bijkans een militaire operatie. Het risico voor je reu om opgevreten te worden, is substantieel aanwezig. Er zijn zelfs hondeneigenaars die schema’s bijhouden welke engerd waar en wanneer loopt. Het mijden van fnuikende ontmoetingen tussen onschuldig slachtoffer en asociale soortgenoot is hier voor menige wijkbewoner driemaal daags puur lijfbehoud. Raken de gemoederen niet verhit door de hoge zomerse waarden dan wel door het te ja of te nee aanlijnen van übergeproportioneerde reuen met een twijfelachtige reputatie. 

Beschaafde, of moet ik zeggen beleefde, liefhebbende baasjes doen alleen al bij het inbeelden van denkbare horrorscenario’s ’s nachts geen oog dicht. Over voor wie je allemaal beducht moet zijn zodat je je lieveling na elke wandeling heelhuids mee naar huis kunt nemen, wordt door medehondeneigenaren druk gerateld. Er vanuit gaan dat een hond zich weet te gedragen omdat hij zonder lijn loopt is geen veilige maatstaf, zo blijkt uit roddel en achterklap. Daarom kozen Skip en ik er wijselijk voor om vluchtwegen te benutten, schuilplekken op te zoeken, te treuzelen om de ander een voorsprong op te laten bouwen en voortijdig de wandeling af te breken (abort, abort!) en de vijandelijke linie te verlaten. In plaats van slachtofferhulp te moeten in schakelen, doen we de wandeling later dunnetjes over in ons eigen vertrouwde hondenbos.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

donderdag 7 juli 2022

STORTDOUCHE

 hond in bad

Poolhonden behoren geen lichaamsgeur te hebben. Een foutje dat in de kynologie regelmatig wordt gemaakt is, dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen poolhonden en honden uit het Hoge Noorden. Alle poolhonden behoren tot honden uit het Hoge Noorden. Omgekeerd is dat niet het geval. De Noorse Buhund valt onder FCI groep 5 Spitsen en Oertypes, om precies te zijn de subcategorie Scandinavische Spitsrassen. Skip is een hond uit het Hoge Noorden, maar geen poolhond. 

Aan Skip kleefde het overbekende hondenluchtje dat ontstaat door een combinatie van vuil en broeierige bekleding die klam blijft. Niet zo gek. Als je dagelijks je lijf in de Maas dipt, graaft in de Limburgse klei, en afkoelt op de grond, dan hangt er na verloop van tijd een luchtje aan je.
De hoogste tijd voor een warm bad. Skip ging samen met mij onder de douche. Terwijl Skip opdroogt in een omgeslagen baddoek, stop ik zijn riemen, dekentjes en handdoeken in de wasmachine, dweil de vloeren en klop zijn mandjes uit. Graag houd ik Skip een dagje fluweelzacht en schoon.

Het weer werkte niet mee. Rennen over ribben waar ooit asperges werden geteeld en een stortdouche lieten hun sporen na: Skip was modderig en drijfnat. Maar thuis geurt het bij binnenkomst fris naar sop en cacaoboter (van de crèmespoeling) en niet naar natte hond.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

STEENGOED

 strand

Skip sleurt me aan de in keperverband beklinkerde laan waar onze auto startklaar staat voorbij. Hij wil niet naar het bos, hij wil naar het water. De zon die me zo vroeg in de morgen al laat zweten is een warm pleitbezorger die Skip steunt. Ik ga overstag. Langs de rivier priegelen meerkoetjes … of zijn het nou waterhoentjes* in rockende planten. Onderdompelende eenden met hun omhoogstekende konten doen wis en waarachtig aan ochtendballet. Gierzwaluwen brengen een aubade aan de teer lichtblauwe lucht.

Skip wil actie. Hij staat erop dat ik keien gooi in plaats van een waterapporte. Dat vereist een andere aanpak. Bij een apporte stapt hij het water in, bij een steen plonst hij erin. Daarbij is een schuimrubberen drijfbal die hem eventueel raakt van een ongevaarlijker kaliber dan een zwaar projectiel dat in het water een inslag moet veroorzaken. Skip moet daarom naast me op het strand wachten tot het moment waarop ik gooi. Als ik de kei keil, mag hij het water in plonsen. Hij watertrappelt in de deining, vangt de druppels en topt het geheel af met een pirouette. Het ritueel wordt zolang herhaald tot hij afhaakt.

*Wie is wie? De meerkoet heeft een witte snavel met een wit vlak erboven. Hij heef lobben aan de tenen dien dienst doen als flippers. Het waterhoen heeft een rode snavel met gele punt en moet het stellen zonder zwemvliespoten.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

dinsdag 5 juli 2022

FREE SPIRIT

 runner's high

Knuffelskip is een vrije geest die het eenvoudigweg nodig heeft om soms buiten beeld te zijn. Het is een onzinbewering dat Skip vaak zoek is. Ditmaal is hij in het halfduister een uurtje ribbedebie. Het woord klinkt grappiger dan het is. Een verslag.

De laatste zomerrestanten in de uitverkoop. De natuur houdt collectief opruiming, behalve de dopheide die het paars traditiegetrouw in de nieuwe najaarscollectie heeft. Na dik anderhalf uur zijn we uitgewandeld. Net voor de zon ondergaat, gunnen we Skip nog een toegift in de driehoek. Het is een zanderige triangel met konijnenburchten omsloten door paden. Wij rusten uit op het bankje. Het is leuk om te zien hoe Skip hiphopt. Als hij het pad over wil steken, dicteer ik: ‘Niet verder, in de driehoek blijven.’ Hij rent het vak in en uit. De konijnen drijven de zaak steeds op de spits.

De zon is gezakt en we beginnen af te koelen. We fluiten onze krulstaart terug die zich allang had moeten melden. Geen Skip. Verhip, waar hangt hij uit. Heeft hij een konijn gevangen en is hij bezig het op te peuzelen? Hebben de konijnen hem naar ginder gelokt en is hij afgedwaald? Het worst case scenario bewaren we voor later. Na een uur non-stop roepende in de woestijn geen levensteken van Skip. Net als we besluiten dat een van ons de fiets en een extra gsm gaat halen, komt de verlossing van een wandelaarster. Skip bevindt zich, ongelogen waar, in de driehoek. Was hij al die tijd pal onder onze neus geweest?

Skip, vertikt het om te komen als W. Skippiet. Hij verkeert in een parallel universum hogere sferen: runners’ high, het abnormale gevoel dat je mentale drive je lichaam dwingt tot rennen. W. moet spurten om Skip te vangen en te ketenen. Samen uit en thuis. Niets bijzonders. Er kan weer een chapiter worden toegevoegd aan de Skips avonturen.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

GASSEN!

 DOBBY EN DUSTY

Dobby en Dusty frequenteren hetzelfde besloten en voor honden verboden paradijs als wij. Terwijl de flatcoated retriever al apegaapt in het Ford Kaatje, daagt zijn vlassige vriend hun, na lang en onbaatzuchtig wachten, vrolijk vittende vrouwtje uit. Ze ontkomt er niet aan om uit te stappen en de golden retriever te gaan halen. Het portier en de ramen blijven open om de hond op de achterbank wat lucht te geven. Wij dubben: zullen we blijven wachten tot ze herenigd zijn?

Het vrouwtje van wie het gezicht is afgeschermd door een zwarte zonnebril, probeert de hond met een lumineus idee te lokken: ze gooit een stok. De hond trapt er niet in. Lokaas in de vorm van een beduimeld koekje dat ze uit de toeristenbuidel (schertsend buikprothese genoemd) om haar middel haalt, werkt averechts. De hond is in charge en hij geniet er zichtbaar van. Die is zo ene-twee-drie niet gevangen. 

We kijken omhoog. Een vierkant luikje in het bewolkte plafond. De zon zit op zolder zien we aan de gouden rand. Door het luik daalt een dikke scheut stoom richting aarde. Alsof een groot gevaarte brandstof loost. Iemand die er ontvankelijk voor is, weet het zeker: visitors from outer space. Ze komen eraan! Wie niet weg is, is gezien Gassen! W. start de auto en trapt ‘m op zijn staart.

uit de bundel Bezige Bu (2015)

maandag 4 juli 2022

ZON, ZEE EN ZAND

 

De weg naar het zandstrand is lang. In de zon is het om te stikken. We meren aan bij een mui met een waterkering van basaltblokken. Het is de merite van W. dat Skip zonder meer te water kan worden gelaten. Voorafgaand aan de zwempartij, terwijl Skip pootjebadend antichambreerde, had hij zwaarwegende brokken steen herschikt. Een bewonderenswaardige krachtinspanning van W. Hij kan zo deelnemen aan ‘de sterkste man van Nederland’.

Skip kan, nadat ik op zijn verzoek een meter naar links ben opgeschoven, onbelemmerd via de ontstane geul ter breedte van een Engelse voet rechtstreeks het ruime sop kiezen. Zijn gele drijfbal zijn we vergeten. We gooien een wrakkige stok om te halen en te brengen. Het was de enige die we konden vinden. De stok slinkt elke keer als Skip ‘m aan wal aflevert. Na tien waterapportes is er een klein stompje over dat Skip dito wil versplinteren. Ik pak het af en gooi het op. Skip laat het wegdrijven, ondanks dat we hem aansturen met: ‘links’, ‘rechts’, ‘verder’, ‘nee voor jou links’. Kortom, het was zijn manier om te zeggen: ik ben het zwemmen zat.

De sluis moet geopend zijn, want een invasie van vaartuigen - meest buitenlandse plezierjachten - is in aantocht. Ze brengen knoeperds van golven te weeg. Skip gooit bij iedere rolgolf zijn volle gewicht in de branding. Gelijktijdig hapt hij in het schuim. Het laatste bootje veroorzaakt door de krachtige motor een vloedgolf. Ik doe te laat een stapje terug. Skip wordt op ‘de rotsen gesmeten’. Terwijl hij op adem komt, worden mijn sandalettes en voeten die rusten op de stenen berg gedroogd door de wind.


uit de bundel Bezige Bu (2015)

zaterdag 2 juli 2022

DE WET VAN MURPHY

 murphy's law 

De wet van Murphy kun je simpel uitleggen als: wat er mis kan gaan, gaat mis. Elke etappe op deze woensdag wordt een sof. Voor de ochtendwandeling was er geringe speelruimte. De aangepaste route duurde langer dan de normale route omdat we een levensreddende verplichte omweg moesten maken. De enige hond waar Skip een bloedhekel aan heeft en die bovendien een linkerd is, dook op zonder begeleiding.

Het tussendoortje leidde tot een liederlijke deceptie. Al bij het buiten de deur gaan, stond een grommende buldog op de stoep. Een kinderfeestje mondde uit in een fleurige fietsjesparade. Tot overmaat van ramp kondigden ze hun optocht aan met rinkelende fietsbellen. Het was niet om Skip te Judassen, ze maakten gewoon plezier. Toch zag Skip af van zijn ‘twaalfuurtje’.

De uitgestelde boswandeling viel letterlijk in het water. Vol goede moed worstelde hij zich door een netwerk van bosdierensteegjes tussen de dichte begroeiing. Na een kwartier was zijn vacht loodzwaar. De brem en de pollen helmgras veegden als zwiepende borstels van een wasstraat het nat aan hem af. Telkens als hij schudde vlogen liters geabsorbeerd vocht als vellen de lucht in. Het enige dat erop zat was om morgen vandaag over te doen.

wasstraat

uit de bundel Bezige Bu (2015)

ALTIJD NABIJ

  Niet te bevatten dat het vandaag, Tweede Kerstdag, 10 jaar geleden is dat we afscheid moesten nemen van mijn geliefde Skip de Wonderhond. ...